Ik ben een Brabander, als Kees van Dongen geboren in Tilburg op 26 mei 1943, een zonnige dag. Ik was welkom in een gezin met al 6 kinderen, waaronder 5 meisjes. Vandaar mijn vrouwelijke inborst misschien. Ik was als kind al gegrepen door vormen en ruimtelijkheid. Boetseren deed ik graag. Alras bleek dat ik wel wat opmerkingsgave heb en nogal beeldgevoelig ben. Mijn eerste vrouwbeeld met borsten, met die van mijn moeder als voorbeeld denk ik, riep  zowel be- als verwondering op. Mijn iets oudere zus, toen anders dan ik al in een puberale fase, ontlokte dit maaksel in elk geval de reactie 'verrekte gek'. Dat 'kunst' in elk geval ook tot teleurstelling kan leiden merkte ik daarmee al vroeg, toen ik de dag daarna dat boetseerwerkje mishandeld en geplet terugvond.  

Mijn waarneming van vormen is aangescherpt door mijn biologiestudie en onderzoek in de ontwikkelingsbiologie. Als je bedenkt dat een eicel en een embryo in de eerste ontwikkelingsfase over het algemeen genomen niet groter zijn dan 0.1 mm, dan begrijp je dat je om iets te zien wel een beetje moet leren kijken. Daar heb ik geleerd détails te zien en mijn bewondering voor de schoonheid en de vormrijkdom in de natuur is daar asymptotisch toegenomen.  Ik heb daarbij ook ervaren hoeveel voordeel ik had van mijn kennelijk van mijn ouders meegekregen opmerkingsgave en tekenvermogen. Wat voor mij een activiteit was, namelijk het driedimensionaal tekenen en weergeven, bleek voor menige student een frustrerende struikelblok.

Na mijn studie ben ik diverse keren geconfronteerd met mijn hang naar kunstzinnig bezig zijn. Zo maar beginnen leidde tot gepruts , dat was het niet. Ik had vorming nodig, richting ook. Ik heb me dus opgegeven aan de kunstacademie in Genk (België), en heb me erin gestort. Nu ik pas een week beeldhouwen achter de rug heb in Frankrijk bij beeldend kunstenaar Adriaan Seelen, weet ik eens te meer dat ik daarmee de beste beslissing sinds jaren heb genomen. Nu ben ik met een inhaalslag bezig.